Colo-colo
Druipend gevoel
“Hoe gaat het met je?” vraagt oud-collega Marijn me na het eten, terwijl ik de net afgespoelde borden op het aanrecht zet.
“Goed!” antwoord ik gedachteloos. Het woord is amper over m’n lippen of ik stel m’n antwoord alweer bij: “Prima. Ik verlang naar m’n vakantie, maar het gaat wel.”
“Zo, dat verandert snel” reageert Marijn verrast.
“Ja, deze maand voelt een beetje gek voor me. Het is bijna een jaar geleden dat mama is overleden, maar soms voelt het nog zo verdomd recent. Als ik nu terugdenk aan dezelfde dag een jaar geleden, komt zo weer het gevoel naar boven dat toen door me heen ging.
“Had je verwacht dat het anders zou zijn?” vraagt Marijn verder. “Ik vind het niet gek namelijk, je bent nu een jaar zonder je moeder, terwijl ze die 29 jaren daarvoor wel in je leven was.”
“Goede vraag, ik had er eigenlijk weinig verwachtingen van, maar ik heb ontdekt dat rouw geen constante emotie is, maar om de hoek komt kijken als iets me aan mama doet denken. Toen ik daarstraks de rijst aan het wassen was kwamen er herinneringen aan haar naar boven. Op zo’n moment gooi ik het er het liefste uit, maar vaak lukt het me niet om m’n verdriet dan direct te uiten. Alsof het vastzit. Ik kan dan wel m’n gedachten verzetten, maar dat neemt het verdriet niet weg.”
“Vind je dat het verdriet weggenomen moet worden?”
“Ik denk dat het wel belangrijk is om de emotie te uiten, omdat het er anders op een andere manier uitkomt, zoals in de vorm van woede of ergernis, waarbij de kans bestaat dat ik dat jegens iemand uit die er niets mee te maken heeft. Dan uit ik de emotie liever direct als het zich voordoet in de oorspronkelijke vorm.”
Hoe een rijstkoker emoties aanwakkert
“Hoi Nald, eet je vanavond thuis, ik wil tjolo2 eten.”
Het is zondag 28 januari als mama me een appje stuurt. Of ik vanavond thuis eet. Ze wil tjolo2 maken: een traditioneel Moluks gerecht waarbij je met je handen rijst in een mengsel van tomaat, ui en sojasaus dipt en er gerookte makreel achteraan eet. Geënthousiasmeerd door dit spontane idee antwoord ik: “Ja, ik eet thuis. Lekker!” Ik heb er nu al zin in.
Als ik later die dag weer thuiskom tref ik mama in de keuken. Vakkundig wast ze de rijstkorrels onder de kraan, tot het water helemaal helder is. Als er iets is dat mama me heeft geleerd, dan is het wel dat de rijst gewassen moet worden voor het koken. Als is het maar om te voorkomen dat de rijst gaat plakken. Met het water helder, vult ze de kom tot er een vingerkootje aan water boven de rijst uittorent en klikt ze de rijstkoker aan.
“Welke sojasaus-waterverhouding hield je ook alweer aan?” vraag ik terwijl mama een ui uit de voorraadkast grist. “Begin eerst maar met een scheutje water, je kunt er altijd meer bij doen als het nog te dik is” antwoordt ze. Ik roer het mengsel door elkaar en neem het mee naar de eettafel. Als de knop van de rijstkoker weer omhoog springt nemen mama en ik tegenover elkaar plaats om ons te vergrijpen aan dit overheerlijke maal.
Als de schaal rijst na ongeveer een kwartier helemaal leeg is, druk ik mijn vieze vingers in elkaar voor het dankgebed na het eten. Na een schietgebedje van nog geen tien seconden kijk ik mama met een voldaan gevoel aan: “Zo, dat was weer erg lekker, dankjewel!”
