De Olympische Spelen voor burgers
1
In 2022 was de Nijmeegse Vierdaagse, na twee jaren bankhangen, eindelijk weer een jaardag. Klompen, slippers, wandelschoenen en rugzakken werden afgestoft en opgepoetst voor de 104e editie van deze oorspronkelijke conditietocht. Naast militairen van over de hele wereld stonden ook Dionne Stax en vele onbekende Nederlanders aan de start op de Wedren of op Heumensoord om de befaamde 202 kilometer van Noviomagus af te leggen.
Henny Sackers, de marsleider van dienst, was eindverantwoordelijk voor het geheel. Vol goede moed besloot hij dan ook tijdig alle ingrediënten in te slaan om de (over)enthousiaste menigte een mooi evenement voor te schotelen. Onder het motto ‘haal jij de wandelaars op, dan doen wij de boodschappen’ vulde hij zijn boodschappenmandje met wegwijzers, verkeersleiders, blarenpleisters, kaartjesknippers en mooi weer. Alleen wel iets té mooi weer. Met een verwachte gevoelstemperatuur van 40ºC en een onmogelijk retourneerbeleid zag Henny zich genoodzaakt om de blauwe dinsdag uit het programma te schrappen. “Het is niet verantwoord om op dinsdag te gaan wandelen.” De boodschap kwam niet geheel uit de lucht vallen. Het RIVM had enkele uren voor de persconferentie immers ook al het Nationaal Hitteplan afgekondigd, waardoor de inwoners van Elst en omstreken hun net ontdooide bitterballen weer konden invriezen.
2
Heuptas, bidons, powerbank, laadkabel, tandenborstel, sportkleding, wandelschoenen, blarenpleisters, antidrukpatches, foamroller en lamp. Ik had alles ingepakt en was klaar voor vertrek. Als ik om 10:00 uur de trein pak, ben ik rond 11:00 uur in Nijmegen en heb ik me rond 12:00 uur geregistreerd op de Wedren. Daarna even slenteren door de stad, op goed geluk een OV-fiets uit de stalling grissen en door naar het gastgezin.
“Welkom, goed dat je er bent! Kom verder!” Antoinette begroette me met zoveel opgetogenheid dat ik me direct thuis voelde in Nijmegen-Zuid. “Wil je wat te drinken? Of wil je je even opfrissen?” Ik haalde mijn reistas – die niet onder deed voor de tien kilo bepakking van mijn militaire medelopers – van mijn bezwete rug en plofte neer op de bank. “Ik lust wel een bakje koffie” antwoordde ik. Antoinette zette een bak koffie op het bijzettafeltje en begon te vertellen over haar ervaring als gastvrouw voor Vierdaagselopers. “Jack, een man uit Duitsland, komt hier al sinds 2012. Hij is nu even naar de supermarkt, maar zal zo vast terugkomen. Loop jij hem dit jaar voor het eerst?” Het moment om mijn gastvrouw op de hoogte te brengen van mijn geheime plan was aangebroken. “Ja, en ik wil hem ook vier dagen lopen. Ik ben van plan om vannacht om 01:00 uur te vertrekken, zodat ik voor de hitte weer terug ben op de Wedren”. Antoinette had overduidelijk geen tijd nodig om dat antwoord op zich te laten inwerken, want ik had mijn zin nog niet afgemaakt of er verscheen een brede glimlach op haar gezicht. “Oh wat mooi! Misschien willen Jack en Michael ook wel met je mee. Ik denk dat Jack daar ook wel voor te paaien is. En anders kom je onderweg ongetwijfeld andere wandelaars tegen die er hetzelfde over denken.”
“No, no, I’m not going. If it was my first time, yes, I would join, but my guts are telling me that this isn’t a good idea. Besides that, I think that you walk much faster than I do.” Jack liet zijn standpunt kalm en beheerst blijken en maakte daardoor een intelligente indruk. “I’m participating for the 8th time and after two years without, I think it’s better for me to take it easy this time. I want to participate 11 times in total, so I receive the gold medal with the crown. After that, I’m done and I will only come to Nijmegen for partying.”
Ik liet het gesprek met Jack even voor wat het was en dwong mezelf naar boven voor een powernap. Als ik ’s nachts om 01:00 uur wil vertrekken, kan ik beter nu alvast wat uren slaap meepakken. Jezelf midden op de dag dwingen te slapen in een kamer met witte gordijnen is allesbehalve bevorderlijk voor de nachtrust. Ik stelde mezelf gerust met de magische woorden die mijn vader uitsprak als ik als kind niet kon slapen: “Als je niet kunt slapen, lig je in ieder geval wel in bed en rust je dus wel gewoon uit.”
Na een witlofsalade verorberd te hebben bij een vriend, keerde ik weer terug bij mijn gastgezin voor de overige uren slaap. Uren die Michael gebruikte om na een lange treinreis te arriveren, waar ik achter kwam toen ik iets over twaalf de woonkamer binnenstapte. “Hey buddy, you must be Rynaldo. I’m Michael. Nice to meet you! I was just telling Jack that my train from Paris was delayed due to demonstrations. Although I thought so, because that’s what the lady at the counter in Paris told me. In fact I just got an email that a bunch of people tried to steal copper of the railroad near Brussels.” Terwijl Michael zijn verhaal vervolgde begaf ik me naar de keuken om een bak kwark met muesli te verorberen. Het was tijd voor de eerste dag nacht.
3
Hoewel de organisatie de deelnemers had afgeraden om de weg op te gaan, besluit een aantal wandelaars om de eerste route van de Walk of the World toch, op eigen verantwoordelijkheid, af te leggen. Naast ondergetekende gek, zijn er nog meer nuchtere stapvoeters die besloten het nachtelijke feestgedruis van de Nijmeegse studenten te ontvluchten en het land aan de andere kant van de Waal te ontdekken. Twee van die wandelaars waren Ton en Maurice. Ik kom ze vlak na Elst tegen en raak in Huissen met ze in gesprek. Zij zijn iets na middernacht uit hun woonplaats Lent vertrokken om de eerste route van 52 kilometer af te leggen. “Mijn zoon wilde nog een keer samen met mij de Vierdaagse lopen”, aldus Ton. “En als je je aanmeldt voor de 4daagse, wil je natuurlijk ook vier dagen lopen”. Ton, in zijn dagelijks leven schooldirecteur en voetbaltrainer, vertelt dat hij ter voorbereiding op de Vierdaagse samen met zijn zoon de Kennedymars van Etten-Leur heeft gelopen. “80 kilometer wandelen, waarbij je ’s avonds begint en de volgende dag in de middag over de finish komt”. Hoewel Ton weinig moeite had met die afstand – naast wandelaar is Ton ook fanatiek trailrunner – zat Maurice er op een gegeven moment wel echt doorheen. “Maar hij heeft hem op karakter uitgelopen”. De Kennedymars was echter niet de grootste uitdaging die vader Ton dit jaar is aangegaan. “Ik ben elke keer op zoek naar een nieuwe uitdaging voor mezelf, daarom heb ik dit jaar ook een week lang dagelijks 42 kilometer hardgelopen”. Op mijn vraag of hij dan geen last had van gewrichten of spieren antwoordde zoon Maurice heel gevat “Nee, alleen van zijn verstand”.
Ik loop een tijdje met vader en zoon mee tot het moment dat zij een pauze inlassen en ik de route weer in mijn eentje vervolg. Even verderop in Bemmel ontmoet ik Bart en Dion, twee broers van elkaar. “Wij hadden eigenlijk verwacht dat de organisatie de starttijd met een uur zou vervroegen én de afstand met tien kilometer zou inkorten. Toen we hoorden dat de hele dag eruit zou worden gegooid, besloten we om op eigen houtje alsnog de door ons verwachte route te lopen” zegt Bart. Waar Bart als ervaringsdeskundige alweer voor de achtste keer deelneemt, is het voor Dion de eerste keer. “Ik heb op mijn twaalfde gelijk voor de eerste keer meegedaan. Ik vind het echt een prachtig evenement. De dag van Wijchen is mijn favoriet. Als je na zo’n 30 kilometer dat dorp binnenloopt, ervaar je een kakofonie aan geluid.”
Na de ervaring van Bart te hebben omgezet in een verwachting voor de volgende dag, versnel ik mijn pas om via Lent terug te lopen naar Nijmegen. Ik heb net de rotonde bereikt waar ik linksaf moet slaan richting de Waalbrug, als ik ineens iemand hijgend hoor roepen “Lekker bezig!” Ik kijk achterom en zie mijn collega Jornt – die zich overduidelijk had klaargemaakt voor een werkdag op kantoor – rennend op me af komen. “Ik zag je voorbij komen en wilde je nog even aanmoedigen. Hoeveel kilometer heb je er al op zitten?” Ik kijk op mijn horloge en zie de digitale getallen op het scherm veranderen van 48,99 naar 49,00. Het einde is duidelijk in zicht en doet Jornt inzien dat hij me niet al te lang wil ophouden. Hij maakt een foto, geeft me een amicale handdruk en maakt rechtsomkeert, terwijl ik de oortjes uit mijn zak gris om met gepaste melodie de Waalbrug te beklimmen:
“Onder de groene hemel in de blauwe zon,
speelt het blikken harmonieorkest in een grote regenton.
Daar trekt over de heuvels en door het grote bos,
de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch.
En we praten en we zingen en we lachen allemaal,
want daar achter de hoge bergen
ligt het land van Maas en Waal.”“Hé Jurjen, goedemorgen. Ik loop nu weer over de Waalbrug, sta je zo nog langs de kant?” Ik bel een vriend op die al tweemaal de 4daagse heeft gelopen en ook deze editie weer aan de start zal verschijnen. “Tuurlijk, ik zal er zo staan” reageert hij enthousiast. Ik zwaai rechts naar de mensen die beneden op het Waalstrand liggen en vervolg mijn weg door de straat waar het zo’n acht uur geleden nog wemelde van de benevelde studenten. Achter de afvalzakken gevuld met nachtelijk vuilnis, die op de hoek van de straat klaarliggen om opgehaald te worden, zie ik Jurjen staan met zijn fiets aan de hand. “Hé Jurjen, hoe is het? Heb je een beetje kunnen slapen met de hitte vannacht?” Ik merk dat ik nieuwe energie krijg van het tegenkomen van een bekende en besluit samen met Jurjen de laatste kilometer naar de Wedren te lopen. Daar aangekomen zet ik symbolisch een stap over de streep en steek mijn armen in de lucht, terwijl Jurjen een kiekje schiet. “Jongens, hebben jullie net de route gelopen?” Ik kijk naar links en zie een verslaggever van Omroep Gelderland met een notitieblok naar ons toe lopen. “Mag ik jullie misschien wat vragen stellen?”
4
Ik veeg het icoontje op mijn telefoon naar boven en stap mijn bed in Nijmegen-Zuid uit. Met wazige ogen werp ik mijn blik naar het lege bed aan de andere kant van de kamer. ‘Waar is Michael?’ vraag ik me af, terwijl ik mijn tandenborstel uit mijn toilettas gris en naar de badkamer strompel. ‘Vandaag ga ik eindelijk het echte Vierdaagse gevoel ervaren. Wat kan ik verwachten? Hoe druk zal het zijn? Hoe zal de sfeer zijn onderweg?’ De dolende vragen flitsen met dezelfde snelheid door mijn hoofd als mijn tandenborstel over mijn gebit. Ik trek voor mezelf de conclusie dat ik het volledig op me af laat komen, sluit de kraan en loop naar beneden.
“Hey buddy, good morning”. Ik zie Michael, die de route van 30 kilometer loopt en dus pas over een paar uur hoeft te starten, naast de bank staan onder het schemerige licht van het peertje dat aan het plafond boven hem bungelt. “I didn’t want to wake you, so I decided to sleep on the couch. Have fun today, see you later!” Ik loop de hoek om de keuken in en zie Jack door een boekje bladeren op zoek naar de tijden van de bus. “Good morning Rynaldo, I’m planning to take the bus of 03:25, you are taking the bike, aren’t you?” Ik knik instemmend en vul ondertussen mijn bidons met isotone sportdrank, klaar om 50 kilometer af te leggen met de 38.000 andere wandelfanaten die zich op tijd hebben geregistreerd.
Eenmaal op de Wedren aangekomen voel ik een lichte spanning in de lucht hangen. Rechts van het startpunt zie ik marsleider Henny Sackers bovenop een tribune naast een gigantisch confettikanon staan. “Dames en heren, welkom bij de 104e editie van de Nijmeegse Vierdaagse! We wensen u allen heel veel succes en plezier toe”. Nog hevig gapend door de duisternis waarin ik me bevind hoor ik de marsleider zijn woorden nogmaals uitspreken, maar dit keer in het Engels. Het woord ‘luck’ heeft nog maar net mijn gehoorbeentjes aangetikt, of de confetti fladdert al door de lucht. Voor mij ontstaat er beweging in de enthousiaste menigte. Ik schuifel een paar keer per minuut voorzichtig een paar centimeter vooruit tot ik me na een dik kwartier tussen de dranghekken bevind. Ik zie een mevrouw met een T-shirt van de 4daagse aan het uiteinde van de hekken staan met een scanapparaat in haar rechterhand. In een rustig voortkabbelend tempo scant ze de QR-codes op de polsbandjes van de deelnemers. De deelnemer voor mij lijkt al drie jaar te hebben gewacht op dit moment en vertrekt met een stevige tred zodra het schermpje van de scanmevrouw oplicht. Een paar seconden later is het ook mijn beurt om te gaan.
“Zet hem op toppers! Lekker bezig, kom op dan!” Ik heb het gevoel het betoverende land achter de kleerkast van Narnia te hebben betreden. Ik ben nog maar één meter van de scanmevrouw verwijderd en zie honderden benevelde studenten ons in rijen langs de kant toejuichen. De studenten vormen triomfbogen alsof we stuk voor stuk Sifan Hassan hebben ingehaald op de Olympische Spelen. Ik voel me een topsporter, een atleet, een winnaar. Het is een gevoel dat ik als een estafettestok de eerste vijfhonderd meter met me meedraag, tot het studentikoze gejoel heeft plaatsgemaakt voor de stille weg langs de Radboud Universiteit.
“Hé Ryn!” De teller op mijn horloge geeft nog geen kilometer aan of ik kom Jurjen al tegen, met achter hem zijn zus en zwager. “Jurjen, wat mooi om jou nu al tegen te komen!” Ik had net een gesprek aangeknoopt met een ander ochtendmens, tot Jurjen dat kortstondige gesprek onderbrak. We zijn verrast door deze vroege ontmoeting en besluiten de eerste tien kilometer samen iedereen te begroeten met ‘goedemorgen’ tot Jurjen aangeeft last van zijn voeten te hebben en te wachten op zijn bloedverwante. Ik wurm me tussen de langzame lopers voor me door naar de dichtstbijzijnde Molukse vlag en knoop een gesprek aan. De eerste tien kilometers zitten erop.
Wat volgt is een periode van gesprek aanknopen, succes wensen, doorlopen en opnieuw. Ik ontmoet een zwalkende dame die voor de 43e keer deze route bewandelt, een jongen die van plan was samen met z’n vader te lopen, maar er nu achter komt dat hij sneller loopt dan zijn pa en een man die tot het vermoeiende toe anekdotes vertelt over zijn wandeltempo. Deze routine kabbelt enige tijd voort tot ik op de Loonse Waard dezelfde persoon tegenkom met wie ik vlak na de start een kortstondig gesprek voerde. Hij blijkt Milad te heten en heeft ook rechten gestudeerd. In Nijmegen. De onvermijdelijke vraag die daarop volgt leidt ertoe dat hij zijn telefoon uit zijn zak tovert om een selfie te maken voor zijn zwager. Toeval is wanneer je tussen 38.000 wandelaars net iemand tegenkomt met wie je een gemeenschappelijke connectie hebt.
De weg meandert met een meanderende rivier mee tot het pad ons naar het eerste feestgedruis dirigeert. Ik heb een nieuwe gesprekspartner gevonden in een man die op slippers loopt en vraag hem naar de bekende weg. “Ik heb jarenlang in Azië gewoond en liep daar eigenlijk altijd op slippers. Dat vond ik veel fijner dan schoenen. Ik heb in China gewoond. In Thailand. Ik heb door Vietnam gereisd. Ook heb ik verschillende landen in Afrika bezocht en ben ik bij een vriend op bezoek geweest die op Antarctica werkt […]” Het imponerende verhaal van de man wordt doorbroken door een kakofonie aan geluid alsof Sinterklaas met de stoomboot is aangemeerd. Op iedere straathoek staat een podium en midden in het centrum gedraagt een lokale volkszanger zich alsof hij optreedt in de Ziggo Dome. Aan beide kanten van de weg staan honderden volwassenen te feesten, terwijl hun kinderen met bakken snoep op het parcours staan. Het fenomeen doet me denken aan Sint-Maarten, maar dan een versie waarbij kinderen snoep uitdelen aan volwassenen in plaats van andersom. ‘Ik wil zwemmen in Bacardi Lemon’ wisselt zich af met ‘Welkom in de feesttent’ om vervolgens weer terug te keren naar ‘Ik wil zwemmen in Bacardi Lemon’. Gelukkig is de variatie aan snoep omvangrijker dan de variatie aan muziek.
“What do you think of the Dutch music?” vraag ik terwijl ik zo’n tien kilometer voor het einde van de eerste officiële etappe naast een groep Noorse soldaten loop. “I don’t understand a thing of it, but I see children and old people singing and dancing to the same music. In Norway, the elder people listen to classic music, while the youngsters listen to techno and house. It seems like everyone here listens to the same music. It’s amazing.”
Waar de Waal stroomt klinkt muziek. Dit keer geen Mart Hoogkamer of Snollebollekes, maar The Village People. Op deze Roze Woensdag zit het venijn overduidelijk in de staart. De aandacht is niet langer op de wandelaars gericht, maar op de mensen langs de kant. Terwijl we over de Waalkade wandelen worden we vergezeld door vrouwelijk verklede mannen, drag queens en andere uitbundige figuren die op stiletto’s van tien centimeter mee tippelen tot aan de finish. Het venijn zit overduidelijk in de staart.
5
“Good morning Michael, how was the ceremony on the bridge yesterday?” Mijn Amerikaanse huisgenoot, die een paar decennia terug als helikopterpiloot onderdeel uitmaakte van de 82th Airborn Division, was uitgenodigd om deel te nemen aan de Sunset March, een korte wandeling over De Oversteek. Dagelijks vlak voor zonsondergang steken vrijwillige veteranen deze brug over, terwijl de 48 lampen geleidelijk aan floepen. Deze lampen symboliseren de geallieerden die tijdens operatie Market Garden zijn gesneuveld bij het oversteken van de Waal. “It was a bummer. I arrived at the bridge and waited for an hour in the hot sun. Suddenly, out of nothing, the first lights went on. I wasn’t ready yet, so I ran for a bit to the second pair of lights, to notice that I was out there all by myself. Once I crossed the bridge I went back to the reception to ask where the other people were. They told me that I was the only one. I just received an email in which they thanked me for my appearance.”
Ik voel mee met Michael. Mijn Amerikaanse vriend uit Denver vertelde bij zijn aankomst uiterst gepassioneerd over deze ceremonie, dat ik me plaatsvervangend schuldig voel voor de Nederlandse organisatie. Het gevoel verdwijnt echter weer als sneeuw voor de zon als ik in de vroege morgen weer op de Wedren arriveer en zie hoe gestroomlijnd de mensen langs het startpunt lopen. Met nog half samengeknepen ogen loop ik het eerste stuk van de route op de automatische piloot. Hoewel mijn plan is om met de stroom mee te lopen, raak ik al vrij snel geïnspireerd door een man met een grote JBL-box op zijn rug die marcheermuziek de wereld in pompt. Het tempo van de muziek bevalt me wel, want ik besluit om – achter de man aan – langs het peloton te demarreren. Na acht kilometer de bekende weg te hebben gevolgd buigt de route af naar links, waar we via pittoreske dorpjes arriveren op Limburgs grondgebied.
Waar Limburgers in mijn beeldvorming bekend staan als gezelligheidsdieren alom, valt het niet van de gezichten van de toeschouwers af te lezen. Sommige mensen zitten erbij alsof de organisatie van de 4daagse ze heeft gedwongen om in tuinstoelen plaats te nemen langs het parcours. Ik maak van de grafstemming gebruik door als een voorzanger bij een zondagse mis zelf een liedje ten gehore te brengen, in de hoop het publiek mee te krijgen. “Op een terras ergens in Frankrijk in de zon.” Ik merk dat het zingend uitspreken van een zin in ieder geval een blijk van herkenning veroorzaakt. “Zat een man die het tot gisteren nooit won.” Ik zie de gefronste wenkbrauwen langzaamaan wegtrekken en zie de eerste zonnestralen verschijnen langs de mondhoeken. “Oh, oh, oh, even rustig ademhalen. Oh, oh, oh, lijkt of het regent als altijd. Maar het regent, en het regent, zonnestralen!” Nog steeds hopend dat dit één van de meezingers is waar de Noorse soldaat het een dag eerder over had, blijf ik doorgaan. Waar mijn eigen stembanden vibreren van geluk, drukken de Limburgse Acda’s en De Munniks hun handen gematigd op elkaar. Het geluid van de klap veroorzaakt toch een klein overwinningsgevoel.
Inmiddels staan mijn ogen wagenwijd open en barst ik van de energie. Geënthousiasmeerd door het publiek denk ik een bekend gezicht te zien tussen de wandelaars. Althans bekend. De dag ervoor werd ik aangesproken door een leeftijdsgenoot uit Woerden die mij op Omroep Gelderland had gezien en het mooi vond dat ik van plan was om alsnog vier dagen te lopen. Hij vertelde me dat hij als alternatief samen met zijn vrienden 50 kilometer rondom Woerden heeft gewandeld. “Voor ons is het wel een 4daagse!” Hij geeft me een boks en vertrekt weer naar zijn vrienden, die enkele meters achter mij lopen.
De jongen die ik als Woerdense denk te herkennen komt echter niet uit dezelfde provincie als ik, maar is afkomstig uit Den Dungen. Hij weet mij in vloeiend Brabants te vertellen dat hij samen met een collega loopt die vijf minuten geleden moest pissen en daardoor achter is geraakt. Aangezien Danny allesbehalve zin heeft om te wachten, loopt hij vooral in stevige tred door. “Ik wandel dagelijks tien kilometer en heb ook al een keer meegedaan aan een Kennedymars. Ik vind lopen heerlijk, maar het moet niet te langzaam gaan.” Wederom heb ik een jongen ontmoet die benadrukt hoe belangrijk het is om vooral in je eigen tempo te lopen. Hij doet me denken aan de knul die ik op dinsdag sprak en zijn vader had geloosd omdat hij ‘te langzaam’ liep. Hetzelfde was nu gebeurd met de collega van Danny. “Ik had me ruim op tijd aangemeld voor de 4daagse en was er super enthousiast over op het werk. Toen mijn collega hoorde dat er nog plekken beschikbaar waren, had hij zich ook aangemeld met het idee ‘ik kijk wel hoe ver ik kom’. Ik vind dat maar een matige instelling. Als je meedoet moet je ook het maximale uit jezelf willen halen en niet lopen met het idee dat je ieder moment mag opgeven van jezelf.”
‘Opgeven’, het woord was deze dagen nog geen moment door me heen gegaan, maar de betekenis ervan ligt nog vers in mijn geheugen. Op Eerste Paasdag besloot ik als voorbereiding op de 4daagse van Utrecht naar Twello te wandelen. Een wandeltocht van 73 kilometer met na Voorthuizen een groot gebrek aan afwisseling. Op dat moment nog niet wetende dat een Kennedymars slechts zeven kilometer langer zou zijn. Had ik net zo goed daar een keer aan mee kunnen doen. Toch was de door mij afgelegde 73 kilometer maar een schijntje met de 160 kilometer die de man in het witte shirt voor mij had afgelegd. “Ik heb de route acht keer gelopen”. De man had een lang postuur en maakte door zijn grijze haardos een wijze indruk. “De wandeltocht van Rotterdam naar Nijmegen wordt georganiseerd door de Rotterdamse Wandelbond. De tocht van 100 mijl, omgerekend 160 kilometer, voert van Rotterdam naar Nijmegen, waarbij je telkens van rustpunt naar rustpunt loopt. Om de groep wandelaars niet te ver uiteen te laten lopen, vertrekt de groep bij ieder rustpunt gelijktijdig.” Mijn mond valt open van verbazing. Naast het feit dat het een lange afstand is, vind ik het moeilijk voorstelbaar dat iemand zo lang wakker kan zijn. “De organisatie gaat uit van een gemiddelde snelheid van 7 kilometer per uur. In dat tempo doe je er ongeveer 29 uur over om Nijmegen te bereiken.” De man, die in de tussentijd een anekdote vertelt over PSV-supporters, maakt, ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd, een fitte indruk. “Toen de kinderen in 2005 uit huis waren vroeg ik aan mijn vrouw of dit het leven was. Je hebt je plicht als ouder voldaan en valt in een zwart gat. We besloten de tijd te doden door een stukje te gaan wandelen. Ik weet nog dat we 15 kilometer liepen en helemaal bekaf weer thuis kwamen met onze voeten vol blaren. Toch gaf het wandelen ons ook energie en besloten we in 2006 voor het eerst mee te doen aan de 4daagse. Hoewel die editie na één dag was afgelast, was dat voor ons wel het startpunt om steeds grotere afstanden af te leggen.”
Ik kijk Danny aan en vraag hem of hij ook zulke ambities heeft. Hoewel we het tempo er beiden goed in hebben zitten, lukt het ons nog niet om de man bij te benen. Daarnaast willen we de tijd juist benutten om het publiek zo nu en dan op te zwepen. Met die instelling besluiten we een groot deel van de route gezamenlijk af te leggen. Het zou tot de finish zijn geweest, zij het niet dat het de laatste vier kilometer ineens met bakken uit de hemel komt vallen. De New Kid on the Block is goed voorbereid en haalt een regenjas van Real Madrid uit zijn PSV-rugzak. Hoewel ik zelf een wegwerpponcho van Antoinette had gekregen, heb ik die een halfuur geleden weggeworpen in de Dar-container. Met het einde van de route in zicht gokte ik erop dat het niet meer zou gaan regenen. Onder het motto ‘je kunt niet altijd zes gooien’ besluit ik mijn tempo van 6 kilometer per uur op te schroeven naar standje 7, waarmee ik ook Danny uit het zicht verlies. De sfeer wordt er echter niet minder om. Langs de kant hijsen mensen zichzelf in plastic poncho’s en verschuilen ze zich onder goedkope partytenten. Zelfs de bewoners van een lokaal bejaardentehuis blijven netjes, weggestopt onder warme dekens in hun rolstoelen, langs de kant van de weg zitten klappen.
Met nog een paar bochten te gaan loop ik langs een studentenhuis waar de hardcore muziek uit de speakers druipt. Al jumpstylend hup ik langs het studentenhuis de straat door, terugdenkend aan mijn basisschooltijd. Met de gedachte dat we hakkend de basisschool verlaten, verlaat ik nu hakkend het parcours. Het is tijd om terug te gaan naar Antoinette. Het is tijd voor een warme douche.
6
’65 jaar Molukkers in de gemeente Voorst’. Bij afwezigheid van een schoon én droog sportshirt besluit ik mijn chillshirt aan te trekken. Onder de tekst symboliseert een varend schip de reis die de Molukkers – inmiddels 70 jaar geleden – hebben afgelegd, met aan de rechterzijde de Hollandse korenmolen en aan de linkerzijde de nostalgische palmbomen uit de Molukse archipel. Schipperend tussen twee culturen.
Ik voel me tijdens de wandeling als het schip op mijn borst. Terwijl ik met de mensenstroom meevaar, zie ik rechts kinderen drop en spekjes uitdelen en zie ik links een gigantische Molukse vlag van drie bij twee meter voor een tafel hangen. Ik volg mijn gevoel en buig af naar links om mijn cultuurgenoten te begroeten. “Meneer, wilt u wat drinken? Koffie? Thee?” Het digitale apparaatje om mijn linker pols geeft aan dat ik pas zeven kilometer onderweg ben. Een drinkpauze ligt dan ook nog niet in mijn lijn der verwachting. Ik roep ‘nee, bedankt’ terwijl ik via het trottoir doorloop langs de menigte. “Ook geen pisang goreng?” Als een roofvogel die zijn prooi hoort ritselen in het lange gras achter hem, draai ik me om en loop ik weer de kant op van het wapperende blauw-wit-groen-rood. “Pisang goreng gaat er altijd in, daar zeg ik geen nee tegen!”
“When my granddaddy
Was one hundred and five
He did the Nijmegen marches
Just to prove he was alive
Go left, go left!
Go left, right, left!
Go left, go left!
Go Nijmegen left!”
Ik loop de Molukse wijk – en daarmee ook Nijmegen – uit en hoor een groep Britse soldaten luidkeels zingen. Het klinkt aanstekelijk en ik moet de neiging om mee te willen zingen onderdrukken. “Go left, go left!” Het voelt alsof ik als buitenstaander stiekem deelneem aan het ontgroeningsritueel van een prominent dispuut. Een soort angst om betrapt te worden vanwege het meezingen zonder legeroutfit bekruipt me. Ik fluister het lied nog enkele coupletten mee, haal de gecamoufleerden in en vervolg mijn weg naar Cuijk.
“Hé kerel, ben je een beetje bijgekomen van dinsdag?” Ik loop over een smalle dijk in de richting van Grave als Bart en Dion me ineens opmerken. “Hé jongens, wat leuk jullie weer te zien. Hoe gaat het? Nog last van blaren of spierpijn?” Dion, die de 4daagse voor de eerste keer loopt kijkt moeilijk en lijkt toch enige moeite te hebben met de Walk of the World. “Ik heb wel wat blaren ja, vooral door de regen van gisteren. Gelukkig is vandaag alweer de laatste dag.” We wisselen de standaardvragen in voor een genuanceerd stikstofdebat op het moment dat we worden ingehaald door een groep mensen met een boerenzakdoek aan hun tas. “Ik begrijp de frustratie van de boeren echt wel. Ze hebben jarenlang pijn en moeite geïnvesteerd in hun bedrijf om hun hoofd boven water te houden en nu zien ze door de bomen het bos niet meer. Wat voor mij de sympathie echter doet afzwakken is dat de boeren nu doen alsof ze helemaal niet meer mogen bestaan en we straks geen eten meer hebben als het stikstofbeleid wordt doorgezet.” Bart lijkt de nuance van mijn verhaal te begrijpen en knikt instemmend, terwijl we een blokje kaas aangereikt krijgen van een Brabantse boer.
Een paar kilometer verderop tref ik een tiental billboards aan van Forum voor Democratie. “Windmolens? Wil het Land van Cuijk dat wel?” gevolgd door “Een AZC? Wil het Land van Cuijk dat wel?” Het lijken tien retorische vragen te zijn die het standpunt van de inwoners van het Land van Cuijk treffend samenvatten. De populistische manier van propaganda voeren veroorzaakt rillingen door m’n lichaam. Ik zucht, schud hevig ‘nee’ en zeg hardop ‘wat jammer dit’. De billboards hebben mijn gezichtsveld nog amper verlaten of ik zie een FVD-kraampje staan. Hoewel de aanwezigheid van het kraampje mijn interesse aanwakkert in het standpunt van deze lokale volksvertegenwoordigers, besluit ik geruisloos door te lopen. Ik begin trek te krijgen, maar geen trek in een oeverloze discussie.
Het Brabantse rood-witte schaakbordpatroon verfraait mijn gezichtsveld aan alle kanten. “Welkom in Cuijk.” Net als in Wijchen twee dagen eerder zie ik mensen in rijen achter dranghekken staan alsof ze naar een beroemdheid komen kijken. Het nuchtere Brabantse landschap en de lucht van warme worstenbroodjes wordt onderbroken door een tropische vierkleur die ik ook in de Hatert heb gezien. “Makan disini”. Hoewel ik me na drie dagen zonder pauzes heb voorgenomen om ook deze laatste dag niet te stoppen, kan ik de lokroep van de Molukse kinderen en hun moeder niet weerstaan. “U kunt daar soto eten!” Ik loop tussen de Brabantse gezelligheidsdieren, die aan het pilsen zijn op de muziek van Mart Hoogkamer – hoe kan het ook anders – door en neem plaats naast de Molukse man die op het terras aan het genieten is van een bord soto en gebakken tahu. “Selamat makan” zeg ik, nog niet doorhebbend dat de man die op het terras zit een bekende is. “Hé Rynaldo, hoe is het?” Ik neem plaats op de stoel naast hem en zie dat het Stefan is. Ik heb Stefan twee dagen eerder ontmoet, op Roze Woensdag, toen ik besloot een gesprek aan te knopen met iedereen die een Molukse vlag bij zich droeg. In tegenstelling tot de andere Molukkers die ik die dag had ontmoet, kwam ik Stefan vaker tegen. Na onze ontmoeting in de vroege uren, zag ik hem later die ochtend, toen hij mij vertelde ook 50 kilometer te hebben gelopen, omdat hij de afslag van de 40 kilometer had gemist, kwam ik hem tegen toen we de heuvels bij Groesbeek aan het beklimmen waren én tref ik hem nu bij het Molukse rustpunt in Cuijk. Toeval is wanneer je tussen 38.000 wandelaars iemand drie dagen op rij tegenkomt.
Met een volle maag vervolg ik mijn weg noordwaarts, in de richting van Mook, Malden en Nijmegen. De woorden van Bart schieten door mijn hoofd: “Ik zou niet te snel lopen als ik jou was, de Via Gladiola is leuker als je later binnenkomt.” Ik kijk op mijn horloge en zie dat het pas 10:00 uur is en ik nog maar vijftien kilometer ben verwijderd van de finish. Terwijl ik dit feit aanvaard krijg ik een gladiool in mijn handen gedrukt. ‘Moet ik nu vijftien kilometer met deze bloem in mijn hand lopen?’ vraag ik me hardop af, niet met de intentie om er een antwoord op te krijgen. “Ssst, je krijgt er verderop op de route vast nog wel een paar.” Ik kijk naar links en zie een sportieve mevrouw van rond de 40 naast me verschijnen. Ondanks de bewolking draagt ze een zonnebril, waarmee haar ogen voor mij verborgen blijven. “Je hebt hem al vaker gelopen?” vraag ik, terwijl ik ook de gladiool in haar hand waarneem. “Ssst, ja, de alternatieve route heb ik zelfs andersom gelopen. Toen ben ik begonnen met de dag van Cuijk en eindigde ik met de dag van Elst. Mensen verklaarden me voor gek.” Het duurt even voor het tot me doordringt dat de alternatieve route de 4daagse was op eigen initiatief van wandelaars. Door de pandemie waren de afgelopen twee edities van de 4daagse afgelast, maar dat weerhield de fervente wandelfans er niet van om zelfstandig alsnog de routes te lopen. Deze fluistermevrouw had er overduidelijk voor gekozen om haar eigen plan te trekken en de route op te kop te lopen. Haar antwoord gaf me het gevoel alsof ik door Vecna naar ‘The Upside Down’ was gezogen en me nu in een andere dimensie bevond. “Wat heerlijk tegendraads, ik hou ervan. Weet je of we al bijna bij de Via Gladiola zijn?” De fluistermevrouw, haar identiteit nog steeds verhullend achter haar zonnebril, geeft wederom antwoord op de haar zo kenmerkende manier. “Het is nog een paar kilometer en dan komen we er, maar, ssst, je moet wel je zonnebril op doen, ssst”. “Zonnebril? Zo zonnig is het toch niet?” “Nee, maar het wordt wel emotioneel. Alles wat je de afgelopen dagen hebt meegemaakt komt eruit bij het zien van het publiek. Je zou daardoor zomaar een traan kunnen laten, ssst.” Ik besluit het advies van de vrouw te omarmen en zet m’n zonnebril op m’n neus. Dit pakken ze me niet meer af.
“Ha Hugo, ik stuur je wel m’n live locatie, ik denk dat ik over een uurtje voor je huis langs loop.” Terwijl ik starend naar mijn telefoon de stappen blijf zetten, komt de Via Gladiola steeds dichterbij. Ik app een oud-collega die in de buurt van de omgedoopte St. Annastraat woont en voel een gevoel van euforie in me opkomen bij het zien van de mensenmassa. Hoewel ik bijna misselijk ben van al het snoep dat ik onderweg heb aangenomen, blijven de kinderen hun bakjes snoep tegen me aandrukken. Terwijl ik uit beleefdheid nog een dropje in mijn mond stop zie ik Hugo langs de kant van de weg staan. “Gast, wat loop jij snel zeg! Ik moest haasten om hier op tijd te staan.” Ik probeer een gevoel van trots te onderdrukken en neem het biertje aan dat Hugo tevoorschijn tovert uit de koelbox op de grond. “Wil je er ook een shot bij?”
Na een biertje te hebben genuttigd met mijn Brabantse concullega loop ik verder de St. Anna uit. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat een andere collega zichzelf heeft gestationeerd tegenover Café St. Anneke. Het einde komt nu echt in zicht en stiekem vind ik het ook wel jammer. Je leeft tijdens de 4daagse zo erg in een andere realiteit, dat je er haast Fernweh van krijgt. Het saamhorigheidsgevoel is zo groot dat ik van alle mensen om me heen ben gaan houden, ongeacht hun met mij tegenstrijdige levensvisies, voetbalclub of politieke voorkeur.
“En ja, ons moeder zeej nog. Doe dat nou nie, maar ik dee het toch, ja ik weet het ze zeej het […]” De Brabantse gezelligheid van Jan Biggel komt uit de speakers van het studentenhuis op rechts. Links zie ik mijn collega Luuk zwaaien met een bos gladiolen in zijn hand. “Gefeliciteerd man, lekker gedaan! Deze gladiolen heb je verdiend!” Ik heb nog amper de tijd gehad om Luuk over mijn ervaringen te vertellen of er verschijnt een witte plopkap met een rode O onder m’n neus.
“Zonder hen had ik het niet gekund.”
“Scheelt dat?”
“Ja, dan kom je door een dorpje heen en dan zie je honderden mensen voor je zingen en klappen. Dat doet echt wat met je.”
“Volgend jaar weer?”
“Zeker. Dit is de Olympische Spelen voor burgers”.
