Skip to main content

Gelukzoekers: Johanneke ter Stege

Deze foto van Johanneke is gemaakt door Menno van de Meulen.

“Als ik morgen doodga, is het niet erg, dan heb ik een goed leven gehad.” Tijdens een vakantie in Oostenrijk floept de dan 5-jarige Johanneke het er ineens uit. Niet echt een uitspraak die je verwacht van een kleuter. “Ik dacht toen al veel na over het leven en waar dat om gaat”, licht de nu 36-jarige podiumartiest haar eerdere uitspraak toe. “Vlak voor mijn geboorte overleed mijn opa. Hoewel ik hem nooit hem gekend, voelt het alsof er iets van hem in mij terecht is gekomen.”

Waar merk je dat aan?

“Mijn Indische opa Johan vocht als KNIL-militair in Nederlands-Indië en heeft in die tijd als krijgsgevangene van de Japanners in de mijnen van Hiroshima gewerkt. Dat is ongetwijfeld een traumatische ervaring voor hem geweest. Toen ik een paar jaar geleden op reis naar Japan wilde, had ik het gevoel dat ik hem om toestemming moest vragen. Ik ging rustig zitten, sloot mijn ogen en vroeg: ‘als je nog ergens bent, laat me dat dan voelen, zodat ik straks niet helemaal alleen ben’. In de meditatie die daarop volgde vloeiden er warmtegolven van mijn hart naar mijn handen. Toen wist ik genoeg.”

Hoe heb je die reis ervaren?

“Mijn reis naar Japan volgde op een moeilijke relatie waar ik in zat. Ik wilde mezelf vinden zonder voortdurend beïnvloed te worden door de mensen die me vormen. Japanners geven elkaar veel persoonlijke ruimte, waardoor ik tijdens die reis werd gedwongen mijn intuïtie te volgen. Door daar volledig op te vertrouwen ontmoette ik allerlei bijzondere mensen die me op sleeptouw namen. Een jaar later keerde ik terug om op te treden op een vredesfestival in Hiroshima. Voor het enige gebouw dat de atoombomaanval had weerstaan speelde ik liedjes op mijn elektrische piano en liet ik het verhaal van mijn opa vertalen in het Japans. Ik besef me nu dat mijn positieve ervaringen een vreemde tegenstelling vormen met die van mijn opa Johan. Gelukkig hoeft de geschiedenis zich niet altijd te herhalen.”

Schuilt in dat vertrouwen op je intuïtie ook jouw definitie van geluk?

“In één van haar boeken schreef Griet op de Beeck dat zij intensiteit een groter goed vindt dan geluk. Ik snap dat wel. Ik ben nooit op zoek naar geluk, maar ervaar het wel veel. Voor mij zit dat in kleine dingen, zoals het ontbijt. Ik eet iedere ochtend met een gekookt eitje en geroosterd brood, alsof het zondagochtend is. Ik voel me dan heel gelukkig, omdat de hele dag nog open ligt. Vaak ren ik tijdens het ontbijt naar mijn piano om een stukje te spelen. Dan versmelt ik met het moment en kan ik me niet meer voorstellen dat er ook nog een morgen is of dat er een gisteren was.”

Ervaar jij die versmelting ook wanneer je op het podium staat?

“Als ik optreed voel ik mij als een vis in het water. Een muziekleraar vertelde me ooit: ‘muziek is het spel van herhalen en verrassen.’ Net als bij een optreden moet er in een lied een spanningsboog zitten: herhaling in het refrein en verrassende elementen in de coupletten. Muziek stelt me in staat om te spelen met de verwachting van de luisteraar. Op het podium kan ik een vrolijke tekst zingen met een droevige melodie en onderzoeken welke invloed dat heeft. De duidelijke structuur tijdens een optreden maakt dat ik soms het gevoel heb dat ik daar beter contact maak met mensen dan erbuiten.”

Je werkt momenteel aan een nieuwe voorstelling en gaat regelmatig op buitenlandse residenties, maar bent in het verleden stadsdichter van Deventer geweest. Hoe kijk je terug op die periode?

“Ik vond het heel leuk om te doen en veel van mijn werk is nog steeds in de stad terug te vinden. Onder de Leeuwenbrug, naast het station, stroomt de buitengracht van het Rijsterborghpark naar de Boreelkazerne. Om ervoor te zorgen dat de vissen hun weg vinden in het donker zijn er drie daglichtputten aangebracht. In de put zijn lettervormige gaten gemaakt die teksten van mij vormen, waaronder de zin: ‘hoop overwintert als een trage vis onder de waterspiegel’. Voor dit gedicht zag ik een parellel tussen vissen die onder het ijs overleven door te vertragen en hoop als emotie die mensen doet geloven in betere tijden.”

In veel van je gedichten speelt water een rol van betekenis. Waar komt je fascinatie voor water vandaan?

“Water beïnvloedt alles wat het aanraakt en verbindt het met elkaar. En het is treffende beeldspraak. Water kan je, net als emoties, overspoelen, maar je kunt je er ook door laten dragen. Zo doorzichtig als het is, zie je – net als bij mensen – nooit de ware diepte. Mijn fascinatie voor water is waarschijnlijk ontstaan toen ik op mijn 11e gekleurde vissen volgde tijdens het snorkelen in Indonesië, vanuit een bootje midden op zee. Ik ging zo op in het moment, dat ik vergat dat het gevaarlijk was. Toen ik opkeek en de boot met daarop mijn nietsvermoedende familie in de verte zag dobberen, kreeg ik het wel even flink benauwd. Gelukkig vond ik gauw de weg terug.”

Je allereerste theatershow had ook een waterig thema en heette Muntjes duiken tussen haaien. Hoe ben je op die naam gekomen?

“De naam is gebaseerd op een droom. Ik droomde dat ik met één van mijn coaches midden op zee in het donker op een vlot dreef. Hij gooide een muntje in het water en zei: ‘Toe maar.’ Hoewel ik wist dat er haaien zwommen, dook ik toch, omdat ik volledig op hem vertrouwde. In die droom vond ik de betekenis dat ik voor het mooie moest gaan, ook als ik daarvoor mijn angst moest overwinnen. Helaas heb ik maar de helft van de beoogde voorstellingen kunnen opvoeren, omdat corona roet in het eten gooide.”

In welke van de kunstvormen die je bezigt vind je de meeste geluk?

“Als ik echt moet kiezen is dat muziek, omdat mij dat het meest emotioneert. Als ik zing en speel, kan ik mezelf verrassen tijdens het improviseren. Vaak ontvouwt zich iets wezenlijks wat veel zegt over mijn emoties of mijn leven op dat moment, waardoor het me raakt. Schrijven is erachter komen wat je zelf wilt vertellen, maar ook een resultaat van al die gesprekken die je met mensen hebt gevoerd en alles wat je hebt gezien, gelezen en beleefd. In mijn leven stel ik mij in dienst van het vinden van betekenis. Ik sta radicaal open voor datgene wat zich voordoet en deel dat met anderen. Ook als het pijn doet, want het mooie kan ook schuilgaan in het verdrietige.”

Is dat willen delen van het gevoelsleven ook één van de redenen waarom je zo multidisciplinair bent ingesteld?

“Eigenlijk wel, want door de combinatie te vinden wordt het een totaalervaring voor het publiek. Ik laat mensen graag mijn binnenwereld zien, zonder dat ze daarvoor op reis hoeven. Door samen in het moment te zijn hoop ik een gevoel van verbondenheid te creëren, ook met mensen die in een andere bubbel zitten dan ik.”

Rynaldo

Rynaldo

mei 10, 2026