Ora et Labora

“Ledigheid is de vijand van de ziel. Daarom moeten de broeders op bepaalde tijden bezig zijn met handenarbeid en ook op bepaalde tijden met lezing van het Woord Gods.”

Diep in de bossen van Diepenveen betreed ik de poort die me toegang verschaft tot de binnentuin van klooster Nieuw Sion. Ik passeer het fluistercafé en manoeuvreer me langs kleurrijke bloemen in de richting van de museumgang. ‘Abdij Sion is ontstaan na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, toen verscheidene monniken van onder de rivieren een nieuw toevluchtsoord zochten’ lees ik op één van de bordjes aan de muur. ‘Wegens oplopende kosten lukte het de monniken niet langer om de gemeenschap in stand te houden, wat ze heeft doen besluiten om in 2015 te verhuizen naar Schiermonnikoog. Sindsdien wordt abdij Sion, onder de naam Nieuw Sion, beheerd door een woongemeenschap, een werkgemeenschap en een getijdengemeenschap.’

Ik ben hier niet zomaar. Voor mij is het kloosterleven één grote ver-van-mijn-bedshow. Als ik denk aan een monnik, dan denk ik aan outfits van bedwelmde carnavalsvierders, abdijbier en kuisheid. En dat terwijl het kloosterleven ongetwijfeld veel meer is dan de vooroordelen die ik vanuit de maatschappij heb meegekregen. Reden genoeg dus voor een bezoek aan Kloosterfestival Lichtvoetig: ‘leven met een open hart, een bevrijde geest en een glimlach om de lippen.’

Na het in me opnemen van de kloosterhistorie open ik één van de deuren die toegang biedt tot de kerkzaal. Volgens het papiertje op het prikbord is het Getijdengebed net afgelopen. Ik volg de geur van brandende kaarsen en dwaal verder door de uitgestrekte gangen van het complex. Door de glas-in-loodramen kijk ik uit op een moestuin vol metershoge tomatenplanten. Ik volg mijn richtingsgevoel tot ik de buitenplaats heb bereikt, waar een groep jongeren aandachtig luistert naar de woorden van Marten. “In het klooster is arbeid net zo belangrijk als gebed” vertelt hij. “Daarom zullen we zo onze handen uit de mouwen steken. Is er iemand die met mij het varkenshok wil schoonmaken?” Van een afstandje kijk ik toe hoe de groep jongeren aan tafel angstvallig stil blijft. Voor de andere klusjes die Marten opsomt blijkt meer animo te zijn. Mijn aankomst is niet ongezien gebleven, want bewoonster Esther heet me van harte welkom en overhandigt me een plattegrond. “Je hoeft niet meteen mee te werken hoor, kijk gerust eerst even rond” zegt ze. Als Marten zijn zegje heeft gedaan en de jongeren opstaan om de lunchtafel af te ruimen, bestel ik een kop koffie bij de bar en stel me voor aan Marten. “Ik wil je wel helpen met de varkensstal” zeg ik. Martens glimlach spreekt boekdelen. Hij drukt me een paar laarzen en een spade in de hand en samen betreden we het varkensverblijf waar de stront zich heeft vermengd met aangetrapte modder. Marten vertelt me dat hij lange tijd met zijn vrouw in Amsterdam heeft gewoond, maar op een gegeven moment wat meer rust wilde. “We besloten in Deventer te wonen om aldaar een gemeenschap op te richten. Toen we hoorden dat abdij Sion ging sluiten zagen we onze kans schoon en meldden we ons aan om hier te komen wonen.” Terwijl ik een kruiwagen vul met losgewrikte plakkaten zand stapt ook Henrike de stal in. “Ik heb hier twee jaar in de jongerengemeenschap gewoond, maar heb nog nooit eerder de varkensstal schoongemaakt” vertelt ze. Wat me nu al opvalt is dat iedereen zonder gemor zijn steentje bijdraagt. Hoewel iedereen zijn of haar eigen plek heeft, wordt wel het nodige van je verwacht. De gemeenschap kan immers alleen samen in stand worden gehouden.

Als de varkensstal weer spik en span is, schop ik de laarzen uit en vervolg ik mijn weg naar de sacristie, waar een cursus contemplatieve fotografie op de planning staat: een vorm van fotografie waarin je je object niet bepaalt aan de hand van je gedachtegoed, maar op basis van je gevoel. “Daarvoor is het belangrijk om met aandacht door het leven te gaan” legt de instructrice uit. Ze instrueert ons om plaats te nemen in de ruimte en onze ogen te sluiten. “Alvorens we aan de slag gaan, proberen we eerst in het hier en nu te komen.” Met mijn zichtvermogen uitgeschakeld, luister ik aandachtig naar de meditatieve woorden van de instructrice. “Voel een golf van warmte vanaf de zon door je lichaam vloeien” hoor ik haar zeggen. Een oefening die voor mij niet nieuw is. In de jaren dat ik mediteer heb ik vaker dit soort visualisatieoefeningen gedaan. Oefeningen die blijkbaar niet voor iedereen bekende kost is. “Ik had er helemaal niets mee” vertelt één van deelnemers na afloop. “Ik stond echt op het punt om weg te gaan.” Een invalshoek waar ik ook begrip voor kan opbrengen. Wanneer je je aandacht op je gevoel legt, worden ook gevoelens van onrust veel sterker ervaren. Iets wat behoorlijk ongemakkelijk kan aanvoelen. Het verlaten van de ruimte is dan de gemakkelijkste weg om van die ongemak af te komen. Zelf vond ik het vooral fascinerend dat de instructrice boeddhistische technieken introduceerde in een Christelijke gemeenschap. Een gewaagd experiment om de lichtvoetigheid van de bestaande orde onder de loep te nemen.

Na nog wat experimentele foto’s te hebben geschoten van objecten die ons gevoel aanwakkerden, vervolg ik mijn weg richting de laatste stop van vandaag: de kerk. Het derde Getijdengebed van de dag staat op het punt van beginnen. Ik neem plaats in één van de houten kerkbanken en wacht vol nieuwsgierigheid naar wat er komen gaat. Om stipt 18:00 uur opent een groep jongeren het Avondgebed met een lied. Na het uiten van de klanken wordt het liedboek opengeslagen om gezamenlijk wat psalmen te zingen. De akoestiek maakt indruk op me. Hoewel een kerkdienst niet nieuw voor me is, is er wel een overduidelijk verschil tussen de galm hier en de beperkte echo die ik ken vanuit de Molukse kerk in Twello. De manier waarop de samenzang hier wordt versterkt bezorgt me de nodige kippenvel. Als het slotakkoord heeft geklonken blijft het zeven minuten stil voor bezinning. Een moment van geplande meditatie waarin je de hectiek van de dag achter je kunt laten. Waar de trompet de stilte doorbreekt tijdens de Dodenherdenking op De Dam, doorbreekt vioolmuziek de stilte hier. Een laatste nummer wordt ingezet, waarna een dankwoord volgt en één ieder weer zijn eigen weg bewandelt door de gangen van dit klooster. Een wereld waarin gebed en arbeid hand in hand gaan. Als werk en bezinning. Als Ora et Labora. Precies zoals de oude Benedictus van Nursia dat in 520 na Christus bedoeld heeft:

Lichtvoetig!


Rynaldo

Rynaldo

maart 13, 2026