Wandelwinst #1: dankbaarheid
Het traanvocht loopt over m’n wangen. Ik geef m’n ouders een stevige knuffel en loop, samen met jeugdvriend Pieter, de straat uit. “Tot over een half jaar” roep ik ze na. De bezorgdheid is uit de ogen van m’n oudjes af te lezen. Hoewel ze achter m’n plan staan om naar de hoofdstad van Finland te wandelen, hadden ze het liever anders gezien. “Dat kan helemaal niet! Hoe wil je dat doen?” vroeg mijn vader vlak voor kerst, nadat ik hem over mijn plan had geïnformeerd.
Na een voorbereiding van maanden, waarin ik mijn baan heb opgezegd, al mijn spullen uit mijn gedeelde appartement in Utrecht heb verhuisd en de juiste materialen heb ingeslagen, is het tijd om afscheid te nemen. Afscheid van mijn vrienden in Utrecht, mijn familie in Twello en alle dagbestedingen, die de afgelopen jaren, hebben bijgedragen aan mijn identiteit. Tijdelijk afscheid welteverstaan, want het plan om in het najaar terug te keren is nog springlevend.
Een keer trek je de conclusie
Het is 28 april als het Utrechtse appartement in Voordorp volstroomt met vrienden van mijn middelbare school. Het voelt gek om op een andere dag dan je eigen verjaardag in het zonnetje te worden gezet. Wouter staat, na met Erik inkopen te hebben gedaan bij de Turkse supermarkt, al gepassioneerd te kokerellen, terwijl ik me bezighoud met het dekken van de tafel. Ik heb mijn vrienden een week of twee geleden nog snel uitgenodigd voor dit afscheidsdiner. In een maatschappij waarin vooruitplannen de norm is en spontaniteit een zeldzaamheid, was het nog maar de vraag of men nog wel een gaatje vrij had in de agenda. Het geluk is vandaag gelukkig aan mijn zijde.
Als iedereen aan tafel heeft plaatsgenomen en het diner is verorberd verzoekt Erik mij vriendelijk, doch dringend, om mijn ogen te sluiten en mijn shirt uit te trekken. “We hebben een verrassing voor je, ogen dicht houden hè” roept hij me toe. Ik ontdoe me van mijn katoenen kloffie en toon m’n wintervacht in de frisse woonkamer. Ik beweeg m’n armen omhoog en laat me aankleden door m’n vrienden. Als ik m’n ogen open blijkt het dat ik gehuld ben in een AZ-shirt met de naam van Pavlidis op de achterkant. “Aangezien je heel lang door Duitsland moet lopen en vast en zeker je passie voor Grieks eten niet onder stoelen of banken kunt steken, moet je er natuurlijk wel goed gekleed bijlopen. Dan weten die Duitsers in ieder geval wie die kritische recensent was die al hun eten afbrandt.” Met het cadeau verwijzen mijn vrienden – die mij door en door kennen – naar het moment dat we op vakantie waren naar Hamburg, zo’n vier jaar geleden. Lucas en ik hadden – als organisatoren van de trip – een tafel gereserveerd in het ‘beste’ Griekse restaurant van de Duitse havenstad. Toen de porties eenmaal werden geserveerd, bleek het dat we eten kregen voor een hele week. Niemand kreeg zijn portie op en zelfs kliko Pieter kreeg uiteindelijk wel genoeg van onze restjes. Mijn hart brak bij het zien van al die voedselverspilling, wat tot gevolg had dat ik mijn emotie uitte in een brandende recensie op Tripadvisor. Lekker boos én lekker anoniem.
’s Avonds stap ik, voor één van de laatste keren in dit appartement, mijn bed in. Het voelt het alsof ik word ondergedompeld in een bad van dankbaarheid. ‘Een man weet niet wat die mist, weet niet wat die mist, een man weet niet wat die mist.’ Het bekende nummer van De Dijk dreunt na in m’n hoofd, alsof een hogere macht van boven de platenspeler heeft aangezet. Vriendschappen, die ik altijd als vanzelfsprekend heb gezien, omdat het voor mij als normaal voelde, komen nu bovendrijven als een strandbal die jaren onder water is gehouden. Ik realiseer me hoe rijk mijn leven is en vraag me af waar ik nou eigenlijk voor weg loop. ‘Als ze er niet is, weet een man pas wat die mist.’ Mijn vrienden zijn het in ieder geval niet.
Vriendschap is een illusie
Na vier enerverende dagen van Utrecht naar Twello te hebben gelopen, open ik de schuttingdeur van mijn ouderlijk huis. Het geluid van de metalen staaf die uit de haak klikt, klinkt vertrouwd. Ik tref m’n vader aan in de tuin, geef hem een knuffel, en neem plaats op de schommelbank met wandelvriend Wouter. Van de vier dagen die het me heeft gekost om het Gelderse dorp te bereiken, heb ik drie dagen gezelschap gehad. De eerste dag van Erik, de derde dag van Rowan en deze vierde dag van Wouter. Vrienden die graag onderdeel wilden worden van mijn reis, van mijn zoektocht naar een alternatief leven. Uitgeput van de saaie tocht over het industrieterrein van Apeldoorn laten we ons door m’n pa verwennen met loempia’s en alcoholvrij bier. Loempia’s waarvan ik hoop dat de smaak nog lang zal blijven hangen als ik straks door onze naastgelegen aardappellanden loop. In Twello besluit ik mijn eerste rustdagen in te plannen. Dagen waarop ik nieuwe wandelschoenen kan aanschaffen, m’n tas opnieuw kan inpakken en afscheid kan nemen. Afscheid van m’n familie.
Het is zondag 7 mei als ik onderuitgezakt in de rode stoel in de woonkamer zit te wachten op hooggeëerd bezoek. Mijn ouders hebben, samen met mijn neef, een familiediner georganiseerd. Terwijl ik over de Veluwe slenterde, was moeders al druk in de weer met het bereiden van Soto Ayam, een Indonesisch-Moluks soepgerecht. Gedurende de dag zie ik neven, tantes, aangetrouwde schoonzussen en kinderen binnenhuppelen. Door hun enthousiasme schemert ook een vleugje bezorgdheid. Iets wat mijn tante aangrijpt om gezamenlijk in gebed te gaan voor mijn tocht morgen weer wordt vervolgd. Als we daar met z’n allen, hand in hand, rondom de eettafel staan, schiet ik in tranen. Hoewel ik zelf barst van het vertrouwen dat het goed komt, voel ik ook de bezorgdheid die ik bij mijn familieleden achterlaat. Angst voor het onbekende vermengd met het gevoel van ‘het beste met je kind voorhebben’. Net als vorige week, word ik opnieuw overspoeld met dankbaarheid. Voor even twijfel ik of ik mijn familieleden deze spanning wel kan aandoen. Kunnen mijn ouders straks nog wel slapen als ik weg ben? Als ik dagelijks door bossen en dorpen struin op weg naar mijn eindland? ‘Een man weet pas wat die mist, als ze er niet is.’
Vriendschap is een droom, een pakketje schroot met een dun laagje chroom
Weggaan is realiseren wat je hebt en daaraan dankbaarheid ontlenen. Het lijkt alsof je het pas ziet, als het er eventjes niet is. Ik had een goede baan met de nodige variatie, ik had een mooi huurappartement in de meest centrale stad van Nederland, ik had en heb nog steeds veel lieve vrienden en familieleden. En toch kies ik ervoor om dat allemaal tijdelijk achter me te laten en de wereld te ontdekken. Gewoon om te zien wat het leven nog meer te bieden heeft. Gewoon voor het goede doel.
